Rosse woelmuis

Wetenschappelijke naam: Myodes glareolus

Veldnotities

Kenmerken

De bosmuis heeft een roodbruin tot okerbruin rugvacht en een grijswitte buik. Het dier valt op door zijn relatief grote ogen en donkere, duidelijk zichtbare oren; het staartje is korter dan het lichaam.

Grootte en gewicht

Lichaamslengte 8–10 cm, staartlengte 7–9 cm. Gewicht 20–35 gram; mannetjes zijn gemiddeld iets zwaarder dan vrouwtjes.

Leefgebied

De bosmuis leeft in loofbossen, gemengde bossen en bosranden met dichte ondergroei. Deze soort prefereert gebieden met veel struikgewas, dood hout en een rijke strooisellaag op matig vochtige tot vochtige gronden.

Verspreiding

In Nederland wijdverbreid in alle bosgebieden en bosranden van laagland tot middelgebergte. Het dier is algemeen in Midden- en Noord-Europa, van Groot-Brittannië tot Siberië.

Voedsel

De bosmuis eet voornamelijk zaden van bomen (beuk, eik), bessen, insecten en aaseters; in herfst en winter verschuift de voorkeur naar opgeslagen voedsel en zaadjes.

Gedrag

De bosmuis is nachtactief en schemering met piekactiviteit rond zonsopgang en zonsondergang. Het dier leeft solitair en is territoriaal; bewegingen volgen vaak dezelfde paden langs vegetatie.

Jachttips

Zoek naar kleine spoortjes in dofde bladeren langs bosbodem-paden en onder dicht struikgewas. Vers uitwerpselen (2–8 mm) en kleine knaagsporen op zaden geven actuele aanwezigheid aan. Benadering gebeurt traag door dichte ondergroei; let op geluid van bewegingen in strooisel als indicator van activiteit.

Heel gewicht

Deze soort wordt vastgelegd op heel gewicht — het dier wordt in zijn geheel gewogen, zoals geschoten.

Waar op deze soort wordt gejaagd

In Huntify als bejaagbaar vermeld in 1 landen.

Namen in andere talen

Current language: nl

Deze veldnotities zijn algemene soortkennis, geen juridisch advies. Controleer altijd de geldende jachttijden, quota en wapenregels waar je jaagt.